Abel Tasman NP en Stewart Island: blubber en blaren

Bijna m’n laatste verhaal voor ik terugkom, zometeen vlieg ik namelijk naar Sydney en dan heb ik daar exact 24 uur.  

Ada uitgezwaaid, nog een kleine maand voor ik zelf ook weer terugmoest en nog steeds zoooooveel te zien en te doen! Inmiddels had ik een mailtje van Abby dat ze de 9e tot de 19e paasvakantie had en of we weer samen konden gaan trampen. Dat leek me leuk en ik stelde voor om naar Stewart Island (ten zuiden van het zuidereiland te gaan). Daar was ze helemaal voor want ze had gelezen dat er veel modder was. Voordat ik haar kant op zou, had ik nog een dikke week en die heb ik gebruikt om in het Abel Tasman National park te gaan lopen.

VIER DAGEN IN ABEL TASMAN NATIONAL PARK
Abel Tasman ligt helemaal in het noorden van het zuidereiland, maar dan ietsje naar het westen. Ik nam de bus vanaf Nelson naar het begin van het park. Het pad loopt door het bos, maar vlak langs de zee. Gouden stranden, blauwe zee, supermooi weer, vreemd gekuifde vogels in de bomen en verder niemand te zien.

De eerste dag was een vrij lange dag omdat ik in al mijn enthousiasme voor side tracks geen rekening had gehouden met het getij. Het water stond al behoorlijk hoog op het punt waar je moest beslissen of je de hoge of lage route zou nemen. Ik moest dus de hoge route nemen, wat een uur extra lopen etekende en vervolgens deed ik nog een paar side tracks. En net toen ik dacht dat ik nu wel bijna bij de hut zou zijn, kwam ik een bord tegen waarop stond dat het nog twee en een half uur was. Ahhhhhhh. Werd een bijna acht uur durende wandeling in totaal. Kon wel een koe op ’s avonds.

De andere dagen waren wat korter en stuk voor stuk supermooi. Op dag twee heb ik nog erg gelachen met mijn medehutbewoners. Pal voor onze hut was een baai die je met vloed eigenlijk niet over kan steken, je moet wachten tot het eb is en zelfs dan komt het water op hier en daar nog tot je knieen (mijn knieen) Het was al vloed maar een dwaas begon gewoon over te steken. We stonden met zo’n tien mensen te kijken en te lachen tot de mafkees tot z’n nek in het water stond en af en toe op z’n rug dreef en iemand bedacht dat we misschien de hutopzichter moesten waarschuwen omdat.

Kort daarop:
Opzichter: Eeeey youuu, get your ass over here!
Mafkees: Oh I might just as well continue, I’m halfway now!
Opzichter: No you’re nohot!
Mafkees: Yes, I AhaM!

Hij haalde uiteindelijk de overkant maar ik heb geen idee wat hij daarna heft gedaan want de eerstvolgende hut was uuuren verder. De volgende ochtend vertrok de opzichter met een schep richting overkant, hmmmm.

Op dag drie deed ik een side track naar Separation point. Daarvoor moest ik een stuk om een rots in de zee heen. Met m’n rugzak over de stenen m’n evenwicht bewaren. Lastig, ik voel me zo onhandig op m’n wandelschoenen. Struikelde bijna over een babyzeehondje, aaaah! Het strand waar ik op uitkwam, Mutton Beach oid geloof ik, was zooooo mooi! Vrij kort met grote rotsen aan de uiteinden. Er waren zeepuppies aan het spelen en springen in het water, leuk!

Het laatste stuk tot aan de hut werd een beetje zuur want m’n hak lag inmiddels helemaal open en ik had geen pleisters.

Op de vierde ochtend nog een uur gestrompeld naar de parkeerplaats waar de bus terug naar Nelson me oppikte.

ELF DAGEN NORTH WEST CIRCUIT OP STEWART ISLAND

Vanaf Nelson in twee dagen weer naar het zuiden van het zuidereiland gebust, naar Dunedin waar Abby muziek studeert. Vanaf daar wilden we verder reizen naar het zuiden om de boot te nemen naar Stewart Island. Omdat het merkbaar kouder werd, had ik in Nelson al een lange propy-onderbroek, een sjaal en handschoenen opgepikt, en pleisters voor m’n vleeswond, ieeuw.

We besloten dezelfde dag nog te beginnen met liften naar het uiterste zuiden. Niet ideaal want het begon al te schemeren maar haar huisgenoot wilde ons wel met de auto naar een goede liftplek brengen om onze kans op een lift te vergroten. We hadden serieuze plannen om  duimwarmers op de markt te brengen toen eindelijk een backpackend stel ons oppikte. Ze brachten ons tot aan Gore, anderhalf uur van de boot. Hier brachten we de rest van de avond door in de supermarkt, vegaderend over hoeveel eten we nodig hadden voor elf dagen.

De volgende dag kregen we een lift naar Invercargill en daar begonnen we vrolijk te liften in richting Dunedin, waar we dus een dag eerder begonnen waren. Gelukkig wilde degene die ons oppikte wel weer een stuk terug rijden om ons naar de juiste uitrit te brengen. Hij bleek een lokaal bekende vastgoedman met connecties. Erg handig want hij gebaarde naar de aankomende auto’s dat hij zijn ifters wilde overdragen en binnen een halve seconde hadden we een lift, spectaculair. We werden in Bluff voor de boot afgezet en waren nog net op tijd.

Na een uur op de boot en na een formulier ingevuld te hebben bij de DOC (Department of Conservation), gingen we van start.

HET NORTH WEST CIRCUIT

Het north west circuit is een 125 km lang en wordt in negen tot elf dagen gelopen. Er zijn tien DOC hutten op het circuit. De hutten waren weer prima voor elkaar, zelfs stromend water! De afstand tussen de hutten varieert van 6 tot 15.5 km. De geschatte tijd van hut tot hut varieert van 4 uur tot 7 uur. Hieruit valt al op te maken dat het geen zondagmiddagwandelingetje voor oma is.

Het circuit gaat niet over extreem hoge bergen, maar het gaat alsnog behoorlijk op en neer zodat er toch behoorlijk wat hoogtemeters gemaakt worden. Voor bijna elk stroompje of riviertje dat overgestoken moet worden, moet er een eind naar beneden geklauterd en geglibberd worden en vervolgens moet er weer een eind geklommen worden. De vele boomwortels op het pad zijn de ene keer een vloek; je struikelt, glibbert, blijft haken. De andere keer zijn ze een zegen; je kan ze als traptreden gebruiken en je kan je er aan optrekken. Dit is soms de enige manier om vooruit te komen door de modder.

Het North west circuit staat bekend om de modder. Niet het hele eiland is modderig, he is vooral het ‘pad’. Treurig feit is dat trampers schuldig zijn aan het ontstaan van dit grofgezegd 125 km lange modderbad. Daar waar teveel mensen lopen en de begroeing verdwijnt, kan de grond het water niet vasthouden of afvoeren en dan krijg je blubber!

In het Wilderness Magazine van april 2009 dat in een van de hutten lag, stond in een artikel over erosie:

'Mud, erosion and ungainly steps are par for the course where the wilderness is   concerned. In some paces, like the 120 km Northwest Circuit on Stewart Island, mud is an essential part of the experience –almost a rite of passage. And while only the most masochistic of trampers actuay enjoy thigh-high wades trough mud, not many people peeved at the inconvenience suffered on such trips get home and decide to do something about it – by then, the tramp has already become part of legend and hardships endured only add character to the tale.'

De modder is einderdaad een groot deel van de uitdaging van deze trek en dus een belangrijk deel van mijn ervaring op Stewart Island. Abby en ik zijn blijkbaar allebei masochistisch aangelegde modderzwijntjes want we hadden de grootste lol in modderploeteren en nog grotere lol in elkaar onderspetteren door vanaf op- en afstapjes in modderoelen te springen. Nou moet ik wel zeggen dat wij weinig regen hadden zodat de modder die wij hadden reuze meeviel, op z’n hoogst stond het tot aan mijn knie.

VOORBEREIDING

Eten!
Ik kan het moeilijk niet over eten hebben na elf dagen met een halve supermarkt op m’n rug door de modder gesjouwd te hebben. We rekenden uit dat onze tassen niet minder konden wegen dan twintig kilo, maar ik weet het niet zeker want hoewel het zeker de eerste dagen zwaar was om m’n tas op te tillen, was hij prima te dragen zodra ik hem eenmaal op m’n rug had of is dat het idee van een goede rugzak?). Op de laatste dagen was m’n tas tas bijna leeg en woog hij bijna niks meer.

We bleken onze inkopen supergoed voorelkaar te hebben. Een volgende keer zou ik alleen meer snacks meenemen want ik had steeds suikerdipjes van hier tot Amsterdam en ik had voortdurend stevige trek. Extra gewicht om dat te voorkomen zou ik er wel voor over hebben.

Ons menu zag er als volgt uit:

MENU

* Ontbijt (7.00)
Eerste drie dagen: brood of tortilla’s met honing en/of kaas.
Daarna: porridge, pap dus. Ook lekker.

* Lunch (10.30)
Eerste dagen: brood of tortilla’s.
Daarna: crackers.
Vanaf dag vier sloeg mijn stofwisseling op hol en begonnen we ’s avonds noedels klaar te maken voor een eerste lunch. De tweede lunch bestond dan met crackers.

* Avondeten (niet voor 17.00)
Koken op ons minigasje.
Bij voorkeur macaroni met kaassaus uit zo’n zak gewoon van de supermarkt maar dan wel met verse knoflook.
Of: noodles met soepgroenten of couscous met seoepgroenten,
Of: rijst met soepgroenten.

Gedehydrateerd voer uit outdoorshops is te duur en niet lekkerder of lichter in gewicht dan wat we zelf bijelkaar zochten, maar misschien is dat anders voor carnivoren.

* Snacks
De eerste dagen appels maar die zijn zwaar dus die aten we vrij snel op.
Daarna: trailmix (noten en gedroogd fruit), gedroogde abrikozen, cocola, emergency chocolate, en mueslirepen.

* Drinken
Overdag: water
’s Avonds: onwaarschijnlijk lekkere zoethoutthee.
Of: wijn, we hebben er vier dagen over gedaan om een kleine drie liter wijn uit een plastic zak op te drinken. (maar het was het sjouwen waard)

Verder in m’n tas: kleding
Behalve eten zat er niet al teveel in onze tassen, ik had het gasdingetje en het pannetje, Abby de wijn, en dan hadden we onze kleren, pleisters en fototoestel. Ik heb alle dagen in korte broek en thermohemd gelopen want van lopen word je ook warm als het fris is of regent, en ’s avonds was ik op m’n lekkerst in m’n sexy lange onderbroek, twee longsleeves en fleecetrui. Dat was dan ook alles in m’n tas, op regenkleding en slaapzak na.  

HUTGENOTEN (for fuck’s sake!)

Voor ik vertel over het trampen zelf, ga ik toch eerst even wat over onze hutgenoten vertellen want ik merkte nu echt weer, net als in Nepal, dat de sfeer ’s avonds in de hutten zo’n groot deel uitmaakt van de hele ervaring.

Overdag liepen Abby en ik met z’n tweeen, maar  ’s avonds waren we elke avond met dezelfde zeven mensen in de hut. Een stel uit de VS, een stel uit Nieuw Zeeland, een meisje uit Canada en Abby en ik.

We zaten de hele tijd ongedoucht en in onze stinkende modderkleren zo dicht op elkaars dat we op dag drie afspraken dat er niet meer ge-pardonned, ge-sorryd en ge-excuse-med werd voor elke keer dat we inelkaar bumpten of dat we elkaar in de weg liepen. In plaats daarvan riep iedereen hartstochtelijk ‘for fuck’s sake!’ Uitzondering op de regel was in geval van scheten of boeren, dan werd er ‘damn right!’ geroepen.

De combinatie van extreem verschillende karakters een paar interessante avonden tot gevolg. Hier volgen de hoogtepunten.

Wetenschappelijke avond: ontwerp modderbeoordelingssysteem
Omdat de diepte en plakkerighied van de modder niet altijd bleek te zijn wat je zou verwachten en we vaak riepen: dieper dan je denkt, plakkerige modder, au boomwortels onder de modder, etc., etc., besloten we op een avond een modderbeoordelingssysteem te ontwerpen.

1. schoenzooldiep
2. enkeldiep
3. over de schoen
7. Luke’s knie
8. mijn knie
10. heeeel hoog

A-E : Niet plakkerig – zuigende klevende modder

X = modder minder diep dan je zou verwachten
Y = modder zo diep als je zou verwachten
Z = verrassing, modder dieper dan je zou verwachten

Met dit beoordelingssysteem viel er tijdens het wandelen nog heel wat te discussieren.

Culinaire avond: paasmaaltijd als geschenk uit de hemel
Op tweede paasdag kwamen we een paar mensen degen die een deel van het circuit n omgekeerde richting liepen. Ze waren per heli waren ingevlogen en vertelden dat ze eten in de hut laten hadden laten liggen en dat wij het allemaal mochten hebben! We konden ineens heel hard. Ze hadden van alles achtergelaten: kool, mayonayse, kaas, soep, porridge, bruine suiker, thee, basilicum, kruidenzakjes, appels en nog meer. We besloten met z’n allen een feestmaal op tafel te toveren. Het werd een salade van rode kool, wortel, mayonaisesaus, abrikozen en rozemarijn. Hmmmm! Geschenk uit de hemel want m’n stofwisseling begon na zes dagen alweer volledig op hol te slaan. Kon voortdurend een koe op.

Creatieve avond: talent show
Deze avond was nog wel de meest idiote avond. We hadden het al een paar dagen over een talent show gehad en op de zesde dag zou het dan gaan gebeuren. De hele dag waren we op veilige afstand van elkaar gebleven omdat er overlegd moest worden over de uitvoeringen voor die avond en omdat er, geloof het of niet, serieus geoefend werd.

Na zeven uur wandelen waren we allemaal gaar en daardoor des te meliger. Om zeven uur had iedereen gegeten maar voor de lol hebben we tot halfacht gewacht met de Talent Show. Zoiets moet immers wel op een acceptabele tijd beginnen.

Luke van het Nieuw Zeelandse stel, presenteerde het gebeuren alsof er minstens driehonderd toeschouwers waren en zo gebeurde het dat in ons hutje op de modderhei een luid applaus en gejuich en gefluit klonk toen Abby (al mopperend omdat er geen stage crew was om haar kruk en microfoon klaar te zetten) opkwam voor de eerste act van de avond: air cello. Ze was erg overtuigend, ik kon de muziek bijna horen.

De tweede act was van Luke en zijn Zweedse vriendin Elin. Ze zongen samen het Zweedse volkslied ten gehore, wat een hoop verklaarde over de vreemde geluiden die we die dag in het bos hadden gehoord.

Luke kondigde de pauze aan.

Na de pauze was ik aan de beurt en op veler verzoek gaf ik een cursus luidkeels vloeken in het Nederlands. Ik liet iedereen opstaan en al stampvoetend oefenen met: Gadverdamme, klotemodder en kloteregen! Erg getalenteerde leerlingen waren het.

Als tegenhanger van dit getier droeg de Canadese Heather voor uit eigen poeziewerk en de avond werd afgesloten door het Amerikaanse koppel Ed en Kira die de hele dag geoefend hadden op het Canadese volkslied en dit nu met oorverdovend kabaal ten gehore brachten, uiteraard ondersteund door Heather.

Ontspannende avond: massagetrein
Avond acht was na de tweede zeven uur durende wandeldag. We besloten dat we aan massages toe waren en zaten op de grond in een massagetrein. Het spreekt voor zich hoe dat werkt, maar voor de zekerheid: terwijl we een nek- en rugmassage kregen van degene achter ons, masseerden we degene voor ons.

OP PAD: BOS, BLUBBER, STRANDEN EN KIWI’s!!
Tot zover het randgebeuren. Nu over het circuit.

Tot en met dag vier zagen we vooral veel bos. Het was de zonsopgang bij Bungaree hut, op de tweede morgen die dit stuk de moeite waard maakte. De lucht was ongelooflijk rood, knalrood!! De mooiste zonsopgang die ik ooit heb gezien.

Hoewel het bos mooi was en we lol hadden in het lopen, was ik blij dat we op dag 4 eindelijk echt over het strand liepen, maar het duurde nog tot dag zes dat ik even lyrisch werd. We liepen van de Long Harry hut naar de East Ruggedy hut. Op een gegeven moment is er een view point waarbij je uitkijkt over East Ruggedy. Dat was zo mooi! Vanaf de berg kijk je uit over de zee op een strand met aan het uiteinde daarvan enorme rotsmassa’s waar een waas omheen hangt en waar enorme blauwe golven tegen stukslaan en. Magisch!

Gelukkig was de East Ruggedy hut niet te ver van het strand. Ik ben teruggegaan en heb daar in de zee gezwommen. In de vette blauwe golven. Kon er geen genoeg van krijgen. Ik denk niet dat ik ooit op een mooier strand heb gezwommen. Voelde me daar zo vrij en los van alles! Dat werd even wat minder toen Luke het strand opkwam (hardlopend na 7 uur wandelen, hmpf) en ik me realiseerde dat ik al m’n kleren en m’n handdoek aan helemaal het begin van het strand had gelaten.

Toevallig stond in het tijdschrift waar ik eerder uit citeerde een artikel over ‘freikorperkultur’ onder trampers en bleken we het er allemaal over eens te zijn dat naakt wandelen niet nodig is, maar dat bloot in zee zwemmen de normaal zaak ter wereld is. Hoewel ik me toch een beetje ongemakkelijk voelde, begon Luke doodleuk begon te vertellen over een hert dat hij net in de duinen had gezien blablabla.

De volgende dag was een dag van zeven uur en we besloten met z’n allen te lopen om de dag wat makkelijker te maken. We hadden superveel geluk. Terwijl we over het strand liepen zagen we een kiwi lopen tussen het hout aan de voet van de duin. Even later zagen we er nog eentje. Deze bleek de eerste te achtervolgen. Ze begonnen te rennen en te vechten, het ging er vrij ruig aan toe, heel grappig. Ik heb het gefilmd.

De kiwi’s waren groter dan ik verwacht had. Ze zuin bruin met stevige poten, een lange snavel, en zonder vleugels. Het zijn aandoenlijke schepsels, een beetje klungelig en hebben met een hoge aaibaarheidsfactor.

Vanaf dag acht gingen we niet meer langs het strand. Jammer want dat betekende dat ik niet meer kon zwemmen aan het eind van de dag. Dat scheelde me wel een hoop zandvliegbeten, maar toch.

Uiteindelijk besloten Abby en ik de laatste twee dagen binnen een dag te doen en dus een hut over te slaan. Dat was 23 km waar 13 uur wandelen voor stond, maar we voelden ons sterk, het weer was goed en we gingen als een trein.

Terug in de bewoonde wereld
Aan het eind van dag tien konden we dus eindelijk weer een douche nemen! Fijn!
De volgende dag teruggelift naar Dunedin maar niet voordat we de supermarkt in Invercargill geplunderd hadden. Muffins, chocola, vers fruit, hmmmm!

We kregen o.a. een lift van de burgemeester van Invercargill. Die man is beroemd hier. In z’n studietijd was ie een rebel en nu dus burgemeester maar ook komiek op tv en hij was een van de sterren in de Nieuw Zeelandse versie van Dancing with the stars. Erg extravagante en extraverte man. We kregen z’n visitekaartje met de mededeling dat als we ergens in de problemen kwamen of hulp nodig hadden, dat we moeten zeggen dat we vrienden van hem zijn en dat we dan altijd geholpen zullen worden.

Begin van de middag waren we terug in Dunedin. Met pijnlijke knieen en vieze blaren, maar voldaan!

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer