Indonesie 2: vulkanen op Java, relaxen op Gili Air

Een helse weg richting het zuiden van Indonesisch Borneo

In Tajung Batu bleek dat er dat er vanwege de regen al een paar dagen geen bus richting het zuiden was gegaan, maar we konden wel een Kijang (jeep) nemen. Dat zou 14 uur duren.

Met negen mensen in de Kijang. Emanuelle, ik en zeven Indonesische mannen. Ik kreeg het vrij snel benauwd, niet vanwege die mannen en ook niet omdat ik met m’n knieen in m’n neus zat, maar merer omdat de chauffeur een motorhelm ophad en als een gek reed.

Ik wist zeker dat m’n laatste uur geslagen had. Gelukkig hield de asfaltweg ineens op en kwamen we op een bruine blubberige dirt road. Nu was die mafkees wel gedwongen om langzaam te rijden want we glibberden alle kanten op. Hij zette zelfs z’n helm af en goede muziek op.

Het werd nacht en we schoten niet op. Ergens tegen vieren of vijven in de ochtend moesten we stoppen in een gigantische rij. Een of meer auto’s voor ons zaten vast. Inhalen was geen optie want de weg, dat wil zeggen het deel waar je kon rijden, was zo uitgesleten dat het op sommige stukken zeker een halve meter diper was dan de rest van de weg. Bovendien veel te glibberig.

Het duurde eindeloos en tegen de tijd dat het licht werd, was al ons water en eten op. Dat zijn we dus echt niet gewend he, dat je niet kan eten en drinken wanneer je maar wilt. Zaten we daar met dikke droge tongen, nog steeds te denken dat dit normaal was en dat we gewoon om acht uur ’s ochtends zouden aankomen.

Af en toe moesten we de auto uit voor een sanitaire stop of omdat de auto anders niet uit een kuil kwam. Grote blubberbende in de auto! Op een bepaald punt duurde het heuuuul lang, een vrachtwagen zat vast, iedereen zat met de blubberhanden in het haar. Ik begon inmiddels eindelijk een beetje slaperig te worden maar we moesten steeds de auto uit dus ik ging wat ronlopen. Beetje praatjes maken hier en daar, gezellig in de file. Een man bood me een flesje water aan en hij haalde soort broodjes voor me van iemand die met een brommertje naar het glibergebied was geglibberd om hongerige passagiers ontbijt te verkopen. Superlief! De moed zonk me alleen wel in de schoenen toen hij zei dat het vanaf dat punt nog zeker acht uur rijden was en dat we dus pas in de namiddag zouden aankomen.

Z

e wisten de vrachtwagen los te krijgen en we konden verder, langzaaaam, langzaaaam, nu en dan een auto die vastzat. Het water raakte weer op en we kregen een lekke band, maar om negen uur ’s avonds, 27 uur (ipv 14) nadat we vertrokken waren, waren we er dan toch. Emanuelle was inmiddels veranderd in een ziek passief hoopje mens en we kregen bijna ruzie omdat ik een goedkoop gh wilde vinden en hij gewoon alleen maar wilde slapen en geen stap wilde verzetten.

Guesthouse gezocht en de volgende ochtend vroeg opgestaan omdat ik twee uur zuidelijker een vliegtuig naar Java wilde nemen. Oorspronkelijk wilde ik de boot nemen, maar er was als gevolg van het slechte weer net die week een boot gezonken met iig 250 doden en het weer was nog steeds slecht en ik kon m’n vlucht naar Nieuw Zeeland niet verzetten naar twee weken later (ik had graag nog minstens twee weken langer voor Indonesie gehad), dus ik ging vliegen.

Op zoek naar de bus richting vliegveld vroeg ik aan een oude man welke kant ik opmoest. Hij vroeg waar ik vandaan kwam en toen ik zei dat ik uit Nederland kom, begon hij Nederlands te praten! Hij heeft het nog meegemaakt dat de Nederlanders in Indonesie waren en hij heeft voor/met ze gewerkt. Hij vond het zo leuk dat ik mee moest naar z’n huis. Daar gaf hij me een rondleiding en hij liet een van z’n kleindochters ontbijt voor me halen bij de bakker. Ze kwam terug met een doos vol suprdeluxelekkere broodjes. Alles wat ik niet op kon, moest ik houden voor de lunch. Opa had intussen het fotoboek erbij gepakt. Een groot schrift met enkele foto’s (elke tien jaar een foto van hem op z’n verjaardag) en krantenartikelen. Z’n kleindochters geneerden zich voor hem, maar ik vond het superlief .

Na het ontbijt en de foto’s moest een van de kleindochters me naar de bus brengen. Op de scooter. Gelukkig maar dat ik wel een helm kreeg die ik met m’n hand moest vasthouden omdat ’ie anders van m’n hoofd waaide, anders was het veeeel te gevaarlijk!

In de bus weer gezelligheid tot aan het vliegveld. Op het vliegveld probeerden mensen pal voor de loketten nepvliegticketste verkopen. Snap niet dat politie daar niks aandoet?! Ik vloog vanaf Borneo naar Surabaja op Java. Vlak voordat we landden, dacht ik haast dat we in Nederland aankwamen, allemaal oranje dakpannen!

Bromo National Park (Java)

Vanaf het vliegveld ben ik doorgebust richting Bromo National Park. Op een bepald punt moest ik overstappen maar het was na zessen dus de public bus ging niet meer. Er was alleen nog ee shuttlebusje van een agency. Terwijl ik daar op wachtte had ik lol met de kere die daar werkte, maar ik moest hem wel voortdurend uit m’n persoonlijke ruimte zien te houden want hij zat m voortdurend te vertellen I like you, en hij probeerde in m’n nek te zoenen en bleef maar proberen. ’T was absoluut geen bedreigende situatie, meer een irritante strontvlieg.

Het busje zat al bijna vol toen ik instapte. We werden naar een gh vlakbij het park gebracht, maar niet naar het afgesproken gh. Lang slapen konden we niet want om drie uur ’s nachts moesten we alweer opstaan om met de jeep het park in te gaan en de zonsopgang bij de vulkaan te zien.

We reden een stuk en werden afgezet bij het viewpoint. Het was megadruk daar, waarschijnlijk omdat het weekend was. De vulkaan was in wolken gehuld en de zon was nog in geen velden of wegen te bekennen. Er liepen nog twee lange Nederlanders rond en terwijl ik met hen aan het praten was, werden we als alternatief fotografeerobject voor de vulkaan gebruikt. Maar er zat wat in, ze waren allemaal zo klein!!! Zo klein zelfs dat ik daar ook foto’s van op m’n eigen camera wilde hebben!

De wolken verdwenen niet dus we zagen nauwelijks iets en moesten weer de auto in om naar het volgende viewpoint te gaan. Vanaf daar kon je met een trap een actieve vulkaan beklimmen. Het eerste stuk kon je per pony doen, mannen vroegen: you buy horse? Dan hoorde ik in m’n hoofd een stemmetje: tasje d’r om of gaat ‘ie zo mee? Natuurlijk heb ik geen paard gekocht, he er ook geen gehuurd, het was tenslotte maar driehonderd meter tot aan de trap...

Wel een beetje apart, een trap op een vulkaan, maar het was wel een echte vulkaan. Hij deed het!!! Er kwamen zwarte walmen uit en hij meurde enorm naar rotte eieren. Iedereen liep te hoesten en ik begon gewoon te kokhalzen, zo stonk het. Helaas was ook bovenop de vulkaan weinig te zien want we zaten in een wolk. Eigenlijk hadden we nog geluk want heel de afgelopen week scheen het ’s ochtends ook nog geregend te hebben.

Eenmaal weer beneden scharrelede ik wat rond, een beetje teleurgesteld omdat m’n eerste echte vulkaanervaring zo mistig was en omdat ik e teveel centjes uit de zak had laten kloppen. Na een uurtje scharrelen begon het op te klaren en ben ik nog een keer de trap opgelopen om in de walmende vulkaan te kijken. Nu zag ik wel wat! (een gat waar de walm uitkwam) En toen wilde ik terug naar het eerste viewpoint voor het anzichtkaartuitzicht. Iemand met een motorbike wilde me tegen betaling wel brengen. Beetje irritant want ik had ook al best veel voor de jeep betaald, maar ik kreeg m’n view en het was het zooooooo waard. Nog steeds vlagen wolken, maar als het helder was zag ik een vlakte, met daarop een paar vulkanen. Zo fascinerend!!! Die conusvormige dingen die gewoon uit de grond steken en wat staan te pruttelen. En de met gras begroeide richels aan de zijkant ervan die van de toppen naar beneden lopen, zo scherp!

We kwamen weer naar beneden met de motorbike en ik had nog tijd over om de niet rokende, groengerichelde vulkaan te beklimmen. Geen trap, wel min of meer een pad. Daar was ik helemaal alleen en beneden waren ook niet veel mensen meer, even een eigen vulkaan! Ik had trouwens verwacht dat er een diep gat in de vulkaan zou zijn, maar het was meer een afgevlakte berg met een iets lager deel in het midden. Het was er enigzins kaal, zwart zand, maar er groeiden gewoon bosjes hier en daar.

Denpasar (Bali)

Ik had een nachtbus geboekt naar Denpasar op Bali, dus dat was waar ik de volgende ochtend wakker werd. Denpasar is de hoofdstad van Bali en het zag er mooi uit maar ik had gehoord dat Ubud leuk was dus uiteindelijk waar ik terecht kwam. Ik was verbaasd over de mentaliteit van de taxibusjesmannen. Met droge ogen vragen ze tien keer de prijs van wat het zou moeten zijn. Tien keer!!!!! En dat is op zich nog niet zo gek, het is tenslotte Azie. Wat pas gek is, is dat als je zegt dat je dat niet wilt betalen, dat je wat hen betreft kan gaan lopen. Dus niet dat ze een betere prijs noemen als je wegloopt of als je onderhandelt, nee je kan de pot op!

Op het busstation vond ik het busje naar Ubud, maar na een uur wachten was ik nog steeds de enige en werd de prijs verdubbeld en als ik dat niet wilde betalen, dan ging de chauffeur mooi naar heus want voor zo weinig geld deed ‘ie het niet. Ik werd naar een ander busje gedirigeerd en de twee chauffeurs kwamen overeen (op basis van wat?) dat ik nu anderhalf keer de overeengekomen prijs moest betalen. Daar had ik dus mooi geen zin in en uiteindelijk nam ‘ie me met een lang gezicht mee voor wat ik eerst had afgesproken. Wat een irritante gozer en ranzig ook! K zat voorin naast hem en hij probeerde steeds mn hand vast te pakken en hij maakte ranzige gebaren naar me begeleid door teksten die ik uit mn geheugen gewist heb en keek naar mij ipv de weg. Dit was niet de eerste keer in Indonesie dat zoiets gebeurde, het verschil was dat ik nu geen kant op kon, irritant.

Ubud

Ubud is supermooi, maar ook een supertoeristisch shopping centre. Op straat is het haast of je ergens in Europa loopt. Begrijpelijk wel want het leven is er erg makkelijk. Ik moet bekennen dat ik er weinig anders heb gedaan dan van een massage gnieten, het bibliotheekje bezoeken en veeeeuuuuul lekker eten.

Gili Air (ten noorden van Lombok)

Omdat ik merkte dat ik te hangerig en te lui (krijg nou wat!)was om een fiets te huren en door de rijstvelden nog helemaal fris en groen hier, te gaan fietsen, reisde ik verder naar een eilandje ten noorden van Lombok: Gili Air.

Een andere reden om naar Gili Air te gaan was dat ik in negen maanden reizen nog nergens langer dan vijf dagen was gebleven, behalve dan in Beijing. Altijd het gevoel iets te moeten doen en me ander schuldig te voelen, hoe belachelijk is dat?! Een jaar op reis en nog haast?! Proberen of dat ook anders kon.

Gili air is een klein eilandje, maar groter dan Pulau Derawand. Ik had het kleiner en rustiger verwacht dus ik moest even omschakelen en dan maar zo’n rustig mogelijk plekje vinden.

De eigenaar van een bar bood me een kamer aan. Ik kon daar gratis slapen als ik elke dag in de ochtend zou helpen de eilandbewoners die langskwamen Engels te leren want hij had een soort van school opgezet. Klonk leuk maar de volgende dag ben ik zo snel ik kon vertrokken want die gozer lulde aan een stuk door en je kon niks noemen of hij had ermee te maken. Een samenvatting van wat hij beweerde: ik had een hit in ’79 I love more than you, ik heb nog met Mick Jagger gezongen, ik ben artiest en mijn schilderijen worden verkocht voor blabla dollars met veel nullen, ik heb een voetbalschoenenfabriek, ik ben acteur en regiseur, heb oa een prijswinnende minifilm gemaakt van een dikke zwarte vrouw die uit eenb loem komt en ik ben onwijs hoogbegaafd en heb zeven stdudies afgerond en ik ben zeven keer getrouwd geweest, heb eenentwintig kinderen over de hele wereld en morgen komt m’n ex-vriendin vanaf Bali maar ze weet nog niet dat ze m’n ex is en er komt een filmcrew om een documentaire te maken over mijn project en vorige week had ik op een dag interviews met acht tijdschriften en mijn manager, een exvrouw, deed de andere vier, blaaablaaaablaaaaaaaablaaaaaa.

Hasta la pasta, ik verkaste naar de andere kant van het eiland, naar een superrelaxed bungalowtje met hangmat! Helemaal voor mezelf, ha!

Ik brak mn record en ben 8 dagen daar gebleven. De dagen vlogen voorbij maar ik deed vrij weinig. Bijna elke dag wat gesnorkeld, alleen of met een honeymoonstel uit Oregon. Superleuk maar het koraal was niet al te vrolijk. Gelukkig waren er (nog) wel veel vissen en we hebben zelfs een haai gezien. Dat was toen we met de duikers meegingen op de boot. Ze gingen duiken op sharkpoint en ik wist niet hoe ik uit zou komen met geld (op het eiland zijn geen pinautomaten) dus ik hield het bij snorkelen en gelukkig maar want wij zagen dus een haai, eigenlijk twee maar ik zag die tweede niet, en de duikers zagen er helemaal geen een.

Verder heb ik drie boeken uitgelezen, veeeeel lekker gegeten, vooral parapek en uiteindelijk toch nog een duik gedaan. Was erg leuk, ik was de enige en we konden 67 minuten onder water blijven want ik gebruik kennelijk erg weinig zuurstof. De diveguide vroeg hoeveel zuurstof ik nog had en toen ik zei hoeveel ik nog had blies hij allemaal bubbels. Later zei hij dat dat was toen hij moest lachen omdat ik nog zoveel had. Rogier zegt dat ik een vrek ben met zuurstof, tsssssss!

Lange duik was mooi. We hadden tijd om het mandarijnvisje te zoeken en te bekijken. Dit is een klein oranje met groen visje en eigenlijk moet je tegen zessen komen, dan kan je hem zien dansen, maar dobberend tussen het koraal was het ook al een mooi gezicht. We zagen een paar gigantische pufferfishes en een grote schildpad, ik zag een baby parrotfish, totaal andere kleuren dan de volwassen versie en ik zag m’n nummer een op m’n visverlanglijstje: een baby angelfish!!! Kan me voorstellen dat je er niet warm of koud van wordt, maar die zijn echt heul heul mooi! Er zijn verschillende soorten angelfishes, maar de eesten zijn blauw met gele strepen (voor papa&mama: zoals op oma’s handdoek!!) maar de baby angelfishes zijn pikzwart met fluorscerend blauwe en blauwachtig witte ringen, wat ee kick om die te zien!!!!!! Ik dacht al dat ik tijdens het snorkelen een aantal had gezien, maar die waren al iets ouder en begonnen bruin te worden in het midden terwijl daaromheen nog zwart met de blauwe ringen te zien was.

Wat ook ganz geil was waren de ghostfishes die we zagen. Even dacht ik dat de gids gek was geworden en naar langsdrijven zeewier keek, maar toen zag ik dat die plukjes wier wegzwommen als hij z’n hand er naartoe bewoog. Bizarre natuur!!! We zagen nog meer ‘cool stuff’, we hadden veel geluk die morgen.

Na Gili Air ben ik teruggegaan naar Bali. Voordat ik naar NZ ging vliegen wilde ik namelijk nog een pakketje naar huis sturen. Gewoon spullen die ik al een hele tijd meesleepte maar waar ik niet echt wat meedeed en die ik ook niet kon weggooien omdat ik ze cadeau had gekregen. Ik was in een kleinere plaats aan het strand met veel teveel dikke witte toeristen en ik ging naar het postkantoortje. Ik liet zien hoeveel spullen ik had, en toen ging de man die me hielp even naar de supermarkt aan de overkant om een doosje te halen! De eerste doos vond ik te groot dus toen ging hij nog een keer maar nu vond ik de doos te slap duw we kwamen terug bij de eerste doos. Deze werd volgepropt met mijn spullen en met papiersnippers. Een andere man maakte er met ducktape en plasticfolie een stevig pakketje van. Nou ja... dat verbaasde me gewoon een beetje.

Op naar ’t vliegveld, op naar Nieuw Zeeland! (en daar ben ik nu, moooooiiii!!!)

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer