THAILAND MET KIM, deel 1: Noord Thailand

Ik loop een heel eind achter met mijn reisverslagen. Hier begint de inhaalslag.

 

BANGKOK

21 november. Om vijf uur ‘s ochtends kom ik aan op het vliegveld in Bangkok. Ik heb het zo gepland dat ik anderhalf uur voor Kim aankom, zodat we samen richting een guesthouse kunnen gaan.

Allebei beetje slaperi, het ws 5 uur ’s ochtends, namen de bus richting de toeristenbuurt, Kao San Road, en in tegenstelling tot zeven maanden eerder, kwam Bangkok me voor als een oase van rust. India is overal zoveel chaotischer viezer en drukker en lawaaiger! Gelukkig vonden we snel een guesthouse en kon Kim haar jetleg gaan verwerken.

Het liefst wilde ik de volgende dag Bangkok inruilen voor een strand met een blauwe zee. Ik was toe aan even relaxen. (Hoe durft ze he? haha!!) Maar we besloten eerst een trekking te doen want Kim had behoefte aan groen en die had tenslotte maar drie weken vrij.  

CHIANG MAI

Na anderhalve dag Bangkok, namen we de nachttrein naar Chiang Mai. Ik was daar al geweest, maar had er nog geen trek gedaan. We checkten in in Ginny’s Guesthouse. Ginny bood ook trekkings aan, maar we deden wat marktonderzoek en konden ergens anders een betere prijs krijgen, helaas Ginny. Hard genoeg gewerkt die dag dus zwemspullen gepakt om nog even een paar baantjes te trekke in het zwembad van een buurhotel. Een zwembad! Jooooo, ik kreeg heemaal een vakantiegevoel!

Volgende dag na het ontbijt: ‘Jalla jallaaa!!!!’ Daar komt een van onze gidsen voor de komende drie dagen de trap van het guesthouse opgegalopeerd. ‘Let’s go, let’s goooo!!!’ Ik hou van junglegidsen.

Eerst nog even snel Ginny zeggen dat we uitchecken omdat we gan trekken en of we over drie nachten de kamer weer mogen? En daar kwam een vals katje tevoorschijn; ‘No!’ Ik in mijn goedgelovigheid: ‘Ooohhhw, you’re full then?!’ Maar nee: ‘I give you cheap room, but you do not business with me!’ Ok Ginny, dan niet, doei!

We rijden een uur en droppen onze spullen in het restaurant vanaf waar de trek begint. We zijn met een stuk of acht maensen en met twee gidsen, waarvan eentje nog een beetje dronken van de nacht ervoor. De groep is heel apart en ik ben blij dat Kim er is want verder is er niemand waar ik ‘wat mee heb’. Er is een ouder Frans stel waarvan de man constant z’n enorme camera in de anslag heeft. Er is Cesar uit Chili die per dag meer woorden gebruikt dan vijf vrouwen samen en die mij minimaal eenmaal per dag aan een kruisverhoor onderwerpt over de prijzen va van alles en nogwat in Laos en China, en anders wil hij wel weten of daar en daar wel een ATM (pinautomaat) staat? Verder was er een Brit die na een paar maanden down under een sterker Australisch accent heeft dan de gemiddelde Ozzies, een Koreaans meisje en een zwitsers stelletje als ik me niet vergis. De gidsen zijn grappig en ze vinden ons ook wel geinig. Binnen een uur na de lunch, noemen ze Kim en mij al kangaroe en giraffe?!

Na de lunch gaan we naar de olifanten. Kim vond het net Ponypark Slagharen, maar dan met olifanten, en dat was het ook. Op de olifant een afgebakend rondje. Vooraf kon je een tros bananen kopen en de olifanten gingen er duidelijk vanuit dat je dat deed. Kim en ik zaten samen op een olifant. Ze eiste behoorlijk wat bananen, elke keer kwam die slurf weer omhoog, zoekend naar nog een banaan. Beetje jammer.

Op naar de jungle dan! We begonnen in de rijstvelden en liepen vanaf daar het bos in. Deze eerste dag was meteen onwijs leerzaam. Onze gidsen klaarden een aantal misvertanden op. Die bulten waarvan wij dachten dat het termietenheuvels waren, blijken dinosauruspoep te zijn. Wie had dat nou gedacht? En die groengele flatsen waarvan wij aannamen dat het waterbuffelpoep was? Duh! Dat is ‘touristpoo of course, too much yellow curry!’

Gedurende de hele trekking stoppen we zo’n beetje om de anderhalf a twee uur bij een waterval om wat te eten of te zwemmen. Dat vond ik jammer want ik had gerekend op een trektocht. Kreeg er verder ook niet echt een junglegevoel van want de paden waren echt platgelopen en we kwamen elke zoveel uur wel een andere groep wandelaars tegen en helemaal geen dieren.

De eerste avond sliepen we in dorpje. Na het eten was er een kampvuur en de gitaar werd tevoorschijn gehaald. Dat was echt hilarisch. En van de gidsen kon wel wat gitaar spelen, maar er was niemand die kon zingen. De arme jongen zong zo goed en kwaad als het ging you’re beautiful, you’re beautiful, it’s true. Hij werd ‘geholpen’ door de fransman met de camera. Heel komisch.

De tweede avond sliepen we op een supermooi plekje bij het water. Hier waren we al verbazingwekkend vroeg aangekomen, vlak na de lunch ofzo. Kim en ik waren de enigen waren die hier verbaasd over waren en we waren we ook de enigen die nog een stuk wilden lopen. Een van de gidsen ging mee en dat was een mooie wandeling over niet zulke platgelopen paden. Eerst moesten we een rivier oversteken door het water, even later moesten we er weer overheen via wat rotsen en boomstammen ahoeaaahoeeehh, de Jane in mij kwam weer naar boven.


We kwamen op landbouwgrond en Tarzan (ik weet niet meer hoe de gidsen heten) begon met kleefkruid te gooien en liet ons bloemblaadjes proeven die natuurlijk gewoon heel vies waren of een naar prikkend gevoel gaven. Vond het leuk dat wenu wel andacht konden besteden aan de natuur om ons heen. Lekker stuk gelopen dus en nog een paar woorden toegevoegd aan m’n Thaise vocabulaire (chan chop maakmuang = ik hou van mango)

Bij wijz van douche gepoedeld in de rivier, hrrrrrrrrrlijk! Lekker gegeten, ook hrrrrrlijk en toen moesten we eraan geloven want het was weer tijd voor een kampvuur, maar nu met spelletjes. Ik moet er nu even niet aan denken, maar toen was het vrij komisch. De hele dag waren we lekker gemaakt met ‘tonight black pancake!’, ik ben altijd vin voor een pancake, maar black pancake bleek een spel te zijn; een spel met handenklappen waarbij je voor iedere fout die je maakt een veeg uit de pan krijgt. Een zwarte veeg vanaf de onderkant van een pan welteverstaan. Binnen een halfuur hadden we allemaal voor zwarte Piet doorgekund.

Oen iedereen zwart was, had het geen zin meer door te spelen, dus gingen we nu ‘James Bondje’ spelen, oftewel: ‘zero zero seven bang (aiaaa!)’. Een bijzonder intellectueel uitdagend spel dus dat leg ik later nog wel eens uit.

De volgende dag was de laatste dag van de tocht en gingen we nog een stuk op een bamboeraft. De rafts waren ongeveer tien meter lang en een meter breed. Voorop stond de kapitein van het raft en Kim, ik en de nepaustraliër waren de passagiers. Een van ons moest achterop staan met een lange stop om te helpen met sturen. Dat heb ik een hele tijd staan doen terwijl Kim en de nepozzie het dek aan het boenen waren. Op een gegeven moment verdween m’n been tussen twee bamboebuizen wat nogal pijn deed aan m’n enkel, dus toen ben ik ook weer gaan zitten. Balen ja.

Terug in Chiang Mai konden we niet weer bij Ginny terecht dus we gingen naar het Bananaguesthouse waar ik een half jaar geleden al was geweest, lekker makkelijk. En daar kwam ik erachter, oh horror, dat ik m’n wandelschoenen was vergeten bij het restaurant waar we onze spullen hadden opgeslagen. De trekking had ik op sportschoenen gedaan ipv op mn wandelschoenen. Balen, want dat betekende dat we iig nog een dag in Chiang Mai moesten blijven om ze te kunnen halen, of om te wachten tot iemand ze meenam. Oh, ik vond het zo ontzettend stom van mezelf!

Na wat heen en weer gevraag en wat heen en weer gestrompel (ik had nu m’n kleine teen gekneusd doordat ik tegen een silstaande motorbike was opgelopen, snap ok niet hoe ik dat deed), werd duidelijk dat we m’n schoenen en Kims fleecetrui, de volgende dag konden afhalen bij een kantoortje in Chiang Mai zelf. We hoefden dus niet terug richting jungle en hadden ineens nog een dg in Chiang Mai.

Ok, eerst maar weer eens eten dan. We vroegen een vrouw bij een tempel waar we lekker konden eten. Ze verwees ons door naar de nightmarket voor Thaise mensen ipv die voor toeristen... Jeuuuu!! En ze gaf meteen even een tip voor een goede kleermaker.

Dat was denk ik een teken want ik had al zolang getwijfeld of ik nou wel of niet een pak wilde laten maken. We gingen even kijken en uiteindelijk besloot ik het te doen. Woei! Na het opmeten... eten!!! Ik at allerlei zoetigheden op de markt, oa sticky rice met bananen en zoete bonen, hmmmm!! Ik hou d’rvan!

De volgende dag was dus een ‘extra’ dag in Chiang Mai. Wat doen? Eerst gingen we voor een massage in de vrouwengevangenis. Dat was een leuke ervaring, maar volgende keer wil ik liever eentje die goed is in geweldsdelicten, nu voelde ik er namelijks nauwelijks wat van. Ondertussen lag Kim het naast mij af en toe uit te schreeuwen omdat het zo kietelde?!

’s Avonds kon ik m’n pak ophalen. Vooral het jasje is echt supersupermooi geworden. Echt shockerend om mezelf ineens strak in pak te zien in plaats van m’n vale inmiddels iets minder knalgroene lievelingsshirt en kortebroek. Serieus!

Hehe, de volgende dag eindelijk weg uit Chiang Mai. Daar verheugde ik me op omdat we nu naar een plek gingen die voor mij ook nieuw was. Ik krijg er nog steeds zoveel energie van elke keer dat ik naar een nieuwe plek ga, nog steeds elke keer benieuwd wat daar te vinden zal zijn en of er ook interessante mensen zijn.

MAE SARIANG

De hele ochtend in de bus richting het westen, richting Mae Sariang, vlakbij de grens met Myanmar. Supermooi deel van Thailand qua natuur. Vet mooie bergen met veuul bos!!!

Mae Sariang bleek niet een authentiek houtenhuisjesdorp, maar een toch nog vrij touristisch rivierstadje met veel tempels in Thais-Burmese stijl en een moskee.

Er was niet echt wat te doen, wel relaxed eigenlijk. Ik ging een rondje lopen om te zien waar we nu waren beland en om een appel te kopen (doelgericht als ik ben ga ik natuurlijk niet ‘zomaar’ een stukje lopen), en ik kocht een appel, maar ik kreeg er twee stuks huppeldepupfruit bij. Ze zijn rood en lijken op peren, zijn waterig van binnen, maar hebben geen uitgesproken smaak. En een stuk mango. Dat is nog eens zaken doen, hihi.

Ik moest ook nog even naar de Thaise trekplijster en daar begon een hele energieke vrouw in het Thais te vragen hoe oud ik was en hoe lang ik was en ik begreep uit wat ze zei dat har dochter even oud is als ik, maar een stuk kleiner. Dat soort dingen vind ik leuk! Ik spreek natuurlijk nauwelijks Thai, maar ’t voelt toch cool als zo’n minigesprekje lukt. Ik heb haar dus ook meteen verteld ‘chan chop maakmuang’. En saperot (ananas). Toen kreeg ik een knuffel van d’r, hihi.

’s Avonds lekker gegeten bij een resturant aan het water. Een vis overlaaaaden met knoflook, hmmmmmm! 

Na een mosquitoloze nacht, dankzij Kim de Klamboekoninging, ben ik vroeg opgetaan om naar de morningmarket te gaan. Met een kop thee en een kop oranje sjabba die ik erbij kreeg (geeen idee wat het was, erg zoet iig) Beetje rondgekeken wat ze hier allemaal verkochten. Een man ging tegeover mij zitten aan een tafeltje. Hij had ook dat oranje spul, maar hij had er een glas water bij met daarin een rauw, ongekookt dus, ei. Gloek... goedemorgen....  Ik wees nog even naar z’n glas, zo van ‘hee, weet je wel wat er in je glas zit? Maar dat wist ie blijkbaar wel.

Ik heb niet afgewacht tot hij dat ei ging wegslobberen. Ben teruggegaan want we gingen ook nog een fiets huren voor de ochtend. Supermooi stuk gefietst, zo genieten! Ook nog een stuk omhooggelopen naar een tempel om van het uitzicht over de rijstvelden te genieten. Ik kreeg alweer een vakantiegevoel!

MAE SOT

Omdat er verder echt niet veel te doen was, namen we na het fietsen de bus naar Mae Sot. Een stuk zuidelijker en echt aan de grens met Myanmar. Zo’n zes uur in de sawngtheaow (grote tuktuk zegmaar) door supersupermooilandschap gescheurd. Het was al donker toen we aankwamen op het busstation. Dat maakte voor Kims oordeelsvorming niet uit want na 30 meter lopen: ‘Nou, ik vind dit maar een vreemd stadje!’

Het was inderdaad een apart stadje. Mix tussen Boeddhisten en moslims, Thaise mensen, Burmezen en hilltribes. Ook hier weer fiets gehuurd en rondgefietst. Eerst naar de grens om Burma te zien liggen aan de andere kant van de rivier. Op het stuk niemandsland (als het dat is) tussen Thailand en Myanmar stonden tentjes waar mensen ‘wonen’. Vlak naast het water is een overdekte markt waar toeristen souvenirs kunnen kopen. Rondom deze markt liepen de kinderen die in de tenten wonen te bedelen. Kreeg even een Indiaflashback zoals ze aan m’n elleboog trokken. Voelde me meteen ook weer zo’n bitch om ze weg te sturen, bah. ’s Middags nog gezwommen en daarna de nachtbus genomen naar Bangkok.

We kwamen een paar uur eerder aan in Bangkok dan we verwacht hadden, we werden gewekt door de buschauffeur, we waren nog de enigen in de bus. In al mijn ongelooflijke onnozelheid, een ezel stoot zich zelden..... blablabla etcetera etcetera, vergat ik notabene alweer m’n schoenen! Normaalgesproken zou dat niet kunnen want ik doe ze altijd aan als ik ga verhuizen, maar vanwege m’n zere teentje kon dat nu niet. Ik realiseerde het me zodra ik de bus zag wegrijden, Ik rende er nog een stuk achteraan, maar dat had natuurlijk geen zin. Ik kon mezelf wel schieten, maar dat vond Kim geen goed idee.

We moesten dus naar de busterminal om de bus te gaan zoeken, maar weet je hoeveel bussen daar staan???? Ik wist het nummerbord en het busnummer van de bus wel (na het buskwijt incident in China heb ik er een gewoonte van gemaakt om iig op het nummerbord van de bus te leten), maar dan nog, zo veel bussen!

Hup weer naar binnen. Bij de ticketverkopers vrage of ze weten waar de bus is. Waaaah, als ik uitlegde dat we net uit de bus van Mae Sot kwamen vroegen ze: Mae Sot, how many people? Neeejjjjj ik wil niet naar Mae Sot, daar komen we net vandaan! Ik probeerde geduldig en beleefd te blijven uitleggen dat ik m’n schoenen (wijzend met m’n vinger: kijk, schoenen!) was vergeten (wijzend naar m’n hoofd, gevolgd door hulpeloos handen omhoog gebaar terwijl ik m’n ogen naar boven draai), I Forget, I forget!  Shoes still in bus!!

Volgens mij kwam de redder in nood uiteindelijk uit zichzelf op ons aflopen. Hij werkt op het busstation en bracht ons binnen een minuut bij de bus waar we een half uur eerder met slaperige ogen uitgestrompeld waren.. Daar stond de buschauffeur in de deuropening, met mijn schoenen in z’n handen! Oi oi oi......

 

.

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer